Interview met ZENI GEVA

interview - 26.07.2014 01:00

De legendarische hardcore band ZENI GEVA praat over hun nieuwe tour, Tatsuya Yoshida’s terugkeer als drummer en het werk van hun groepsleden.

Ter gelegenheid van de terugkeer van ZENI GEVA in Europa, nodigden Kazuyuki Kishino (KK. Null), Mitsuru Tabata en Tatsuya Yoshida ons uit enkele voor hun concert in Parijs.


ZENI GEVA maakt zijn comeback na bijna 7 jaar. Welke gevoelens hebben jullie bij deze tour?
Kazuyuki Kishino: dat is een moeilijke vraag. We hadden een Europese tour gepland in 2007 maar spijtig genoeg stierf mijn moeder net toen we ermee wilden van start gaan. Ik blies de complete tour af. Ik was erg aangedaan door haar dood en het duurde even voordat ik me erover kon zetten. En toen ik weer zin had om met ZENI GEVA verder te gaan kregen we opnieuw de kans om te touren. Onze vorige drummer was wat weigerachtig tegenover de concerten, dus moesten we op zoek naar een nieuwe. En opeens kreeg ik het idee: “ We hebben Yoshida nodig!” (lacht) Ik had enkele jaar geleden met hem samen gespeeld in de band YBO² en GEVA², dus waarom niet opnieuw? Bij toeval maakten we deel uit van de zelfde set tijdens een show in Tokio in 2008. Terwijl ik solo aan het spelen was, stond Yoshida bij Keiji Haino en ik ging met hem praten. Ik vroeg hem of hij geen zin had om bij ZENI GEVA te komen en hij zei “Wacht even… Ja!” (lacht) En zo gebeurde het. Nu, ik ben zeer blij en zie de toekomst van ZENI GEVA positief in. We hebben momenteel nog geen nieuwe songs opgenomen omdat we nog maar net de band hebben heropgericht. Maar zelfs al spelen we oude nummers, ze klinken anders dankzij de arrangementen en improvisaties van Yoshida. Het is alsof we iets nieuws doen.

De invloeden van ZENI GEVA zijn zeer divers. Deden alle drummers waarmee je tot nu toe werkte jullie muzikale identiteit veranderen?
Kazuyuki Kishino: Nee, ik denk het niet. De kern van mijn muzikale identiteit is nog steeds dezelfde. Natuurlijk brachten onze verschillende drummers nieuwe invloeden met zich mee, bijvoorbeeld een andere muzikale structuur of andere arrangementen, maar de kern bleef onaangeroerd.

Betekent dit dat jij, Kazuyuki, de meeste nummers componeert?
Kazuyuki Kishino: Ja, dat klopt.

Verschillende albums werden geproduceerd door Steve Albini die ook met jou op diverse composities samenspeelde. Wanneer en hoe kwamen jullie in contact met elkaar?
Kazuyuki Kishino: Het moet in 1990 geweest zijn, denk ik. Toen was er een Amerikaan in Osaka die een klein label had opgericht met de naam Public Bath. Hij was een grote fan van Big Black, Steve Albini en ZENI GEVA en hij had het idee om ons samen te laten werken. In feite was ik niet zo een grote fan van Big Black. (lacht) Maar hij kwam het voorstel om ons album op te nemen bij Steve Albini, dus zei ik tegen mezelf “Waarom niet!” Dus gingen we samen met hem naar de opnamestudio in Chicago.

We zouden het graag even hebben over jullie tijd als adolescent. Hoe oud was je toen interesse kreeg in muziek en waar luisterde je toen naar?
Kazuyuki Kishino: Toen ik tien of elf jaar was wekten The Carpenters en The Beatles mijn interesse voor Westerse muziek. Later was Pink Floyd één van mijn grootste invloeden – deze band veranderde mijn leven. In 1980, toen ik 19 was, ging ik naar de Wall Show in Londen. Het was de eerste keer dat ik in het buitenland was. Daarvoor had ik nooit het idee om muzikant te worden; ik wilde eerder poëet of schrijver worden. Maar nadat ik Pink Floyd gezien had… wow! (lacht)De muziek was zo krachtig. Het was een echte fysieke ervaring, die woorden of taal te boven gaat. Het was dat wat ik wilde doen! Toen startte ik met basgitaar maar dat werd maar niets. (lacht) Ik was helemaal niet goed in het leren van de akkoorden en ik gaf op. In 1981 of 1982 ging ik naar het eerste concert van Fred Frith in Tokio. Hij legde zijn gitaar op tafel en gooide dingen naar de snaren. Het geluid was zeer mooi. Het was iets compleet nieuws voor me, die dacht dat we allemaal akkoorden en toonladders moesten leren. Maar hier, niets van dat! Het was enkel om geluid en plezier te maken. Het was fantastisch. En ik zei tegen mezelf dat ik dit ook kon doen. (lacht) Toen begon ik met gitaar op dezelfde manier.

Je vertelde ons dat je een dichter wilde worden. Wat las je vroeger zoal?
Kazuyuki Kishino: Toen ik een adolescent was, was ik echt verliefd op Franse auteurs, zoals Arthur Rimbaud, Verlaine, Mallarmé en andere – het symbolisme! Ik hield ook van Le Cléziot.

Je had een productieve carrière, zowel solo als in verschillende bands. Doet het terugkomen naar een band je teruggrijpen naar een soort van stabiliteit.
Kazuyuki Kishino: Ja, zo werk ik graag, ik heb graag een soort van balans. Maar ik wil altijd meer, dus zou ik graag beiden doen. (lacht)

Verschillende significante rock en noise band werden tijdens de jaren 80 en 90 opgericht. Had je in het begin van je carrier het gevoel dat er op muzikaal vlak heel wat te doen was?
Kazuyuki Kishino: Ik denk dat tijdens deze periode Japan onder grote invloed stond van de Angelsaksische alternatieve muziek. Japan is een land waar je gemakkelijk heel veel info vindt over dingen in het buitenland. We kunnen nu naar al die verschillende punk, progressieve, techno en industrial bands luisteren, ongeacht hun periode. In Tokio kunnen we in de platenzaak gemakkelijk vinden waar we naar op zoek zijn. We hebben toegang tot heel veel verschillende dingen. Je kan er vinden wat je wil, ongeacht je muzieksmaak. In de jaren 80 was het indie-genre een trend, die net begon. (wijst naar Tatsuya Yoshida en Mitsuru Tabata.) En ik denk dat middenin die trens zitten. (lacht) Met bands als YBO², Ruins, Boredoms … waren we toen echt innovatief. (lacht)

Hoe reageerde het publiek op deze bands?
Kazuyuki Kishino: Het is een vrij spontane trend. We schreeuwden niet voor iets in het bijzonder. Het was een generatie van muzikanten die op een instinctieve wijze te werk gingen. Ik denk dat dat is wat mensen willen, zelfs als was het en is het nog steeds underground. Maar we kregen geen bezwaren. Iedereen stond positief ten opzichte van onze muziek.

Denk je dat het publiek de dag van vandaag nog geïnteresseerd is in deze trend?
Kazuyuki Kishino: Ik ben me niet zeker dat jonge mensen hierin nog steeds in geïnteresseerd zijn. (draait zijn rug naar de anderen en stelt hen deze vraag in het Japans) En jij, wat denk jij van de huidige muzikale situatie in Japan?
Mitsuru Tabata: Er zijn nu heel veel jonge mensen die muziek willen spelen. En we zitten in een soort van rare situatie omdat zij die willen spelen, moeten betalen om te mogen optreden in concertzalen.
Kazuyuki Kishino: Persoonlijk denk ik niet dat dit een probleem is dat eigen is voor JAapn. Het is iets algemeens. Dankzij het internet hebben we nu toegang toe heel wat informatie, muziek, ongeacht de tijd. Er is geen onderscheid tussen de huidige muziakle situatie in Japan of in Frankrijk. Het is een meer complex probleem.

Vandaag de dag kunnen mensen niet meer één muziekstijl in het bijzonder appreciëren. Ze picken van overal van alles op zonder echt te weten waarnaar ze luisteren.
Kazuyuki Kishino: Ja, dat is het. Ze geven er niet om vanwaar de muziek waarnaar ze luisteren vandaan komt. Het is alsof ze in een ‘konbini’ zijn (een winkel). (lacht) “Oh, vandaag zal ik dit eens proberen, ik zal dit eten.” (lacht)

Betekent de muziek die al experimenteel benoemd wordt iets speciaals voor jou?
Kazuyuki Kishino: Voor mij is er geen categorie of type. Ik doe alleen maar wat ik graag doe. Ik zeg nooit tegen mezelf: “Oké, vandaag zal ik noise of experimentele muziek maken.” Zo ben ik nu eenmaal. (lacht)

De terugkeer van Tatsuya Yoshida naar ZENI GEVA, de wedergeboorte van ANO en de heruitgave van Maximum Money Monster zijn allemaal gebeurtenissen die het verleden terugbrengen. Is dit toeval of is er sprake van een echte wil om terug te keren naar de roots?
Kazuyuki Kishino: Dat is allemaal vanzelf gebeurd, bij toeval. Ik ontmoette in 2001 Seijiro Murayama per toeval in Parijs en we besloten ANP op te richten. Ik gaf een concert en hij kwam backstage naar me kijken. “Hallo! Jij daar!” (lacht) Het was twintig jaar geleden dat we elkaar nog hadden gezien en opeens stond hij er opnieuw. Het was grappig.

Laten we het even over jullie toekomstige projecten hebben. Kunnen we binnenkort een nieuw album van ZENI GEVA verwachten?
Kazuyuki Kishino: Ja, dat hoop ik.

Met Tatsuya Yoshida?
Kazuyuki Kishino: Ja, natuurlijk. Maar we zullen zien. We hebben voor deze tour nog geen tijd gehad om samen af te spreken in een studio. Wanneer we terugkeren, hoop ik dat we de tijd hebben om zowel persoonlijk als muzikaal dichter bij elkaar te komen staan.

We hebben een vraag voor Mitsuru Tabata. Je kondigde op het webmagazine “Jrawk” niet zo lang geleden aan dat je soundtracks zou willen maken voor horror films. Heb je al de kans gekregen om dat te doen?
Mitsuru Tabata: Ja, ik neem momenteel een album op met horror soundtracks.

Voor een film?
Mitsuru Tabata: Nee, we hielden een fictieve film voor ogen.
Kazuyuki Kishino: Ik heb e rook één gedaan. Mijn album, Akumu, dat “nachtmerrie” betekent, is een soundtrack voor een denkbeeldige film.

Kazuyuki, elektronisch geëxperimenteer word teen belangrijk deel van je solowerk, zoals in Akumu, bijvoorbeeld. Heb je soms het verlangen om terug te grijepen nar die ruwe en organische klank die ZENI GEVA je kan geven?
Kazuyuki Kishino: Ik denk dat mijn elektronische sound al vrij organisch klinkt. Ik heb nooit gedacht dat mijn muziek digitaal of mechanisch was.

Er zijn inderdaad ook die field recordings die op je albums staan. Welke plaatsen vind je leuk voor dergelijke dingen te doen?
Kazuyuki Kishino: Ik heb nog niet al te veel ervaring met field recordings, maar ik hou veel van Australie omdat je daar natuurlijke geluiden kan opnemen. In 2006 ging ik naar het nationale park van Kakadu, in het noorden van Australië, en luisterde ik naar het platteland. Ik was helemaal verbaasd. Ik kon er naar de symfonie van de natuur luisteren. Geen nood aan drugs. (lacht) Het is zoals terugkomen naar de roots, en tegelijkertijd, een echte kosmische ervaring.

Zou je ooit overwegen om aan field recording te doen in een stedelijke omgeving? Bijvoorbeeld: in Tokio, te midden van de stad, in het verkeerd…
Kazuyuki Kishino: Nee, ik haat artificiële geluiden, zoals die van auto’s en bedrijven. Ik heb echter wel af en toe geluiden opgenomen in de buitenwijken van Tokio waar ik woonde. Twintig jaar geleden waren er niet zoveel huizen en mensen zoals nu. De natuur was er erg aanwezig, de bomen, de vogels, de wilde dieren. Maar nu is dezelfde plaats overbevolkt. Ze zijn voornamelijk winkels en bedrijven. Natuurlijk zijn er nog steeds enkele groene plaatsen waar ik het zingen van de vogels probeer op te nemen maar het is niet zo eenvoudig. (imiteert het geluid van een wagen en een artificieel geluid, waarna hij lacht) Soms lukt het me nog om enkele interessante geluiden op te nemen. Een mix van natuurlijke en artificiële geluiden. Als ik geluk heb om deze dingen op te nemen, dan gebruik ik ze. Zoals het zingen van de vogels mixen met het geluid van een fabriek. Deze dingen klinken nogal onverwacht, maar soms gebeuren ze plots. Het belangrijkste is beslissen of wat je hoort belangrijk is of niet. Dit soort dingen gebeurt elke dag, natuurlijk, maar als je niet op les, dan is het gewoon een omgevingsgeluid. Maar als je er aandachtig naar luistert en het interessant vindt, dan heeft het een speciale betekenis. Dat is wat ik er zo leuk aan vind, het kan niet perfect zijn. Er is altijd iets onverwachts dat gebeurt.

Je kan dat deel van je werk niet controleren.
Kazuyuki Kishino: Ja, dat is het, ik kan het niet controleren. Dat is wat ik er zo interessant en leuk aan vind.


JaME zou graag Jean-Francois van Instants Chavirés en natuurlijke Kazuyuki Kishino, Mitsuru Tabata en Tatsuya Yoshida bedanken voor hun tijd en hun geduld.
gerelateerde artiesten
reacties
blog comments powered by Disqus
gerelateerde galerij
advertenties